Restauratieverslag

E-mailadres Afdrukken PDF

Augustus 2011 - De eerste stap: het vooronderzoek

Oktober 2011 - De voortgang van de vernisafname

November 2011 - Retoucheren: intippen en bijwerken

 

Augustus 2011 - De eerste stap: het vooronderzoek

0. totaal voor behandeling

Voordat de behandeling van het schilderij van start gaat wordt er door de restauratoren een vooronderzoek uitgevoerd. Het schilderij wordt uitgebreid bestudeerd en gefotografeerd om de huidige staat in beeld te brengen én te begrijpen. Welke materialen zijn van de schilder zelf en welke materialen zijn door latere restauratoren aangebracht? Wat moet er verwijderd worden en wat zal daaronder tevoorschijn komen?

De komende weken zal het gehele schilderij op de hieronder beschreven manier worden schoongemaakt. Het prachtige schilderij door Pieter van Mierevelt herwint zo langzaam weer aan helderheid, dieptewerking en uitstraling.

Het doek

Hoewel de portretten uit het atelier Van Mierevelt voor 86% op eikenhouten panelen werden geschilderd, gebruikte hij voor de grotere werken een drager van doek. Het doek dat voor De anatomische les is gebruikt bestaat uit één stuk linnen. Langs de randen van het schilderij is een deel van de werkwijze van de schilder te zien. Zo zijn er links en rechts gaten in de doekranden die horen bij de allereerste opspanning van het doek in het schildersatelier. Het nog onbeschilderde linnen werd vochtig opgespannen op het raam om te drogen. Door het krimpen van het linnen tijdens het drogen ontstaan er golfbewegingen langs de randen, zogenaamde spanguirlandes. Omdat deze spanguirlandes zich langs alle zijdes van het schilderij bevinden weten we dat het doek nog ongeveer zijn oorspronkelijke formaat heeft.

Het oorspronkelijke doek kunnen we niet aan de achterzijde bestuderen, doordat er tijdens een eerdere restauratie een steundoek tegen de achterzijde is geplakt. Dit doek is met een warm mengsel van hars en bijenwas met druk en warmte glad tegen het schilderij gestreken. Dit proces wordt ‘bedoeken' of ‘doubleren' genoemd. Hoewel deze methode tegenwoordig bijna niet meer wordt toegepast is de bedoeking van de Anatomische les in een stabiele conditie.

Wat is er te zien?

Het schilderij lijkt misschien eenvoudig van opzet maar een blik dicht bij het schilderij laat al snel zien dat er met veel detail is geschilderd. De twintig figuren staan wat stijf gegroepeerd in de krappe ruimte, maar dankzij de verschillende wendingen van hun hoofden en blikrichtingen is er veel levendigheid in de compositie. Hierdoor is het schilderij veel speelser dan de individuele portretten door Michiel van Mierevelt en zijn atelier, waarop de geportretteerden altijd in dezelfde, wat stijve, houding werden geschilderd.

In De anatomische les steken de gezichten en handen af tegen de donkere kleuren van de kleding, de houten balustrade en de achtergrond. Kijken we in detail naar de gezichten dan valt op dat de penseelstreek van Pieter duidelijk is te lezen. Hij heeft met vlotte toetsen geschilderd, zoals de lichte hoogsels op neuzen en in ogen.

5. oog vincent

De gladde huid steekt in de portretten af tegen zachte baarden en de witte molenkragen. Deze kragen zijn bijna allemaal verschillend en met veel detail van scherpe plooien en kleine kantdraadjes uitgewerkt. Dat Pieter heeft geschilderd met veel gevoel voor stofuitdrukking is ook zichtbaar in de zwarte kleding, hier herkennen we fluweel, wol en satijn.

Allerlei instrumenten voor de sectie zijn rondom het lijk geschilderd, zoals scalpels, touw, een waskom. De geportretteerden houden allerlei attributen vast waarmee ze de geur van het lijk maskeren; een zilveren reukvaatje, gloeiende wierook en sterk ruikende kruiden, zoals laurier. In de koperen kom en kandelaar is te zien hoe Pieter met dikke hoogsels het metaal laat glanzen.

6 handen met geurtakjes enz7 instrumenten

 

Vernis

Op het geschilderde oppervlak is een laag vernis aanwezig. Dit is een laklaag van een natuurlijke hars die het schilderij zo veel mogelijk beschermt tegen invloed van buitenaf zoals licht en vocht, maar er ook voor zorgt dat de kleuren verzadigd zijn. Met hun veroudering worden natuurlijke vernissen meer geel van kleur en minder transparant, zoals het geval is op dit schilderij. Hierdoor is de dieptewerking in het schilderij minder zichtbaar en zijn de kleurennuances afgedekt. Het subtiele verschil tussen de warme vleeskleur en het blauw grijs van het dode lichaam ligt onder de verouderde vernis verscholen. Ook de donkere gedetailleerd geschilderde kleding met de contrasterende witte kragen verliezen hun kracht door de gele laag die het afdekt.

8 vernisafname kraag

De vernislaag kan onder andere door het bestuderen van het oppervlak onder ultraviolet licht geanalyseerd worden. Materialen lichten hiermee in verschillende fluorescerende kleuren op. Zo geeft een vernis een andere fluorescentie dan een olieverf. In de UV foto van het schilderij voor vernisafname is een verschil in kleur te zien van het vernis aan de randen en in het midden. Mogelijk zijn er meerdere vernislagen aanwezig. Ook is te zien waar er bij een vorige restauratie is geretoucheerd.

Na het in kaart brengen van het schilderij met zijn eigenschappen en na bespreking daarvan met alle betrokkenen van het museum wordt besloten een test uit te voeren om de mogelijkheden te onderzoeken de vergeelde vernis van het oppervlak te verwijderen. Aan de hand van de testen kan de juiste combinatie van oplosmiddelen gekozen worden waarmee het verfoppervlak zo goed mogelijk tevoorschijn komt en waarbij tegelijkertijd een dunne laag van de vernis op het oppervlak achterblijft. De vernis wordt met een wattenstaaf voorzichtig van het schilderij afgerold.

In het onderstaande detail is te zien dat in het portret van Schilperoort de vernis halverwege is afgenomen.  De verflaag van de achtergrond die (rechts)te voorschijn komt na verwijdering van de gele vernislaag heeft een veel koelere toon terwijl de nuances in het gezicht veel tinten rood, oker en roze laat zien. Ook de molenkragen laat een sterke verandering zien; na vernisafname is de kleur helder wit.

9 schoonmaaktest10 schoonmaaktest_uv

 

Oktober 2011 - De voortgang van de vernisafname

Na ruim drie weken van vernisafname is de Anatomische les nu voor over de helft schoon, er is alleen nog vernis te vinden op het gebied tussen de oranje lijnen op de afbeelding.

fig1_vernisafname

De linkerhelft van het doek is ontdaan van de dikke gele vernis. De geportretteerden hebben een heldere toon gekregen; de blosjes op de wangen zijn weer zichtbaar en de gezichte en kragen steken scherp af tegen de zwarte kleding.

fig2a_voor_vernisafname fig2b_na_vernisafname.jpg

Ook het contrast tussen het grauw gekleurde lichaam op de sectietafel en de levensechte gezichten van de geportretteerden is nu goed te zien. Het doek en de verfoppervlak zijn heel goed bewaard gebleven, grote beschadigingen tekenen zich in het verfoppervlak niet af. Hier en daar zijn kleine gaatjes te zien waar in het verleden deeltjes verf uit het oppervlak zijn gevallen. Alleen langs de onderrand tekent een strook van beschadigingen zich af. Op die plekken is de verf ook weg.

fig3vernis_klein

Deze beschadigde rand is ontstaan doordat het schilderij begin vorige eeuw op een nieuw spieraam is geplaatst, een raam dat net een paar centimeter langer is in de hoogte. Om het schilderij toch passend te maken is de onderrand uitgeklapt en platgestreken. Door de schades kunnen we onder de verflaag kijken en zien dat het doek een oranjebruine grondering heeft.

Tijdens de vernisafname komen kleine details tevoorschijn die niet eerder goed te zien waren. Zo bleek er in het bolletje touw - naast de hand van de dode - een grote naald te steken; om het lichaam van het lijk straks weer netjes dicht te naaien. Maar ook onder de huid van de bovenste verflagen schemeren verrassende dingen door. De koperen waskom (of scheerbekken) was eigenlijk eerst een stuk boven de huidige kom geschilderd. De eerdere versie was iets kleiner, maar dezelfde dikke citroengele verftoetsen schemeren door.

fig4_vernis_hoogsels_klein

Iets rechts daarvan blijkt de scalpel van Dr. Van der Meer juist eerder groter te zijn geschilderd, voordat Pieter hem veranderde tot de huidige versie, zoals op de foto is aangegeven met oranje punten.

fig5_vernis

Of er meer van deze veranderingen zijn aangebracht tijdens het schilderen zal blijken tijdens de verdere vernisafname in de komende weken.

 

November 2011 - Retoucheren: intippen en bijwerken

Het laatste stadium van de restauratie van de Anatomische les is het retoucheren. Met verf worden de schades in het schilderij op kleur gebracht met de omliggende originele verflaag. In een eerder verslag schreven we al dat er bijzonder weinig schades in het doek zijn ontstaan in de bijna 400 jaar dat het bestaat. Langs de onderrand is een strook verfverlies en in de lendendoek is een klein scheurtje.
Toch is er meer werk met het retoucheren dan deze schades alleen. Als je het schilderij van dichtbij bekijkt dan zijn er kleine puntjes verf verloren gegaan. Die puntjes hebben een donkere kleur en vallen vooral op in de lichte partijen; de gezichten, kragen en handen. Zo zie je hier de wang van Jacob van Dalen met kleine donkere verflacunes.

spikkeltjes

Het is belangrijk om met het retoucheren van dit soort kleine schades niet over het origineel te schilderen; we noemen het dan ook wel ‘intippen'.

duimIn overleg met het museum moeten we ook een beslissing nemen of we de zichtbare wijzigingen van de schilder zullen afdekken. Zoals de verplaatsing van de duim bij de waskom (zie hierboven), is het doorschijnen van de eerdere duim interessant voor de bezoeker of juist storend bij het kijken naar het schilderij?

 

verfVaak wordt er gevraagd of het retoucheren wordt gedaan met dezelfde materialen als de schilder heeft gebruikt. Sommige materialen zijn nog hetzelfde; zoals bepaalde pigmenten; okers, omber, beenderzwart. Andere pigmenten gebruiken we niet meer omdat ze niet stabiel zijn, of te ongezond. Loodwit mogen we bijvoorbeeld niet meer gebruiken; daarvoor is titaanwit in de plaats gekomen. Het bindmiddel is ook niet meer hetzelfde als ten tijde van Michiel en Pieter van Mierevelt. Zij wreven hun pigmenten met lijnzaadolie, tegenwoordig werken restauratoren met synthetische bindmiddelen. Deze bindmiddelen zijn stabieler dan olie en zijn makkelijker te verwijderen als ze verouderd zijn.

Na een paar weken intippen en bijwerken zal het schilderij er weer ongeschonden uitzien!

Laatst aangepast op woensdag 14 december 2011 22:40  
Share to Facebook Share to Twitter Share to Linkedin Share to Google 
anatomischeles2
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies